Omdat deze streek niet op de oorspronkelijk geplande route lag, hadden we het vandaag (woensdag) een beetje moeilijk om te beslissen wat we precies gingen doen. Nauvoo zag er een gezellig dorpje uit, dus daar reden we naartoe. Toen we het dorpje inreden, hingen we achter een huifkar, wat ons ruim de tijd gaf om rond te kijken. Boven op de berg spotten we een tempel, een prachtig gebouw! De tempel is van de Mormonen, of de leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (dank u Wikipedia). Dit kerkgnootschap werd in 1830 in New York gesticht door Joseph Smith Jr. De Kerk is vertegenwoordigd in ca. 176 landen en territoria met ruim 13 miljoen leden. De hoofdzetel bevindt zich in Salt Lake City (Utah). O.a. Amerikaanse presidentskandidaat in 2012, Mitt Romney, is lid van deze kerk. Het was ons trouwens al eerder opgevallen dat er in enkele hotels naast een Bijbel ook een Boek van Mormon te vinden was in het nachtkastje.

Bij de Tempel ontmoetten we een vriendelijke zuster, die ons doorverwees naar een gebouw kortbij de tempel. Hier konden we een film kijken over de tempel. Het voelde een beetje ongepast om in het gebouw binnen te gaan met onze korte broeken, terwijl iedereen in kostuum of tenminste nette kleren rondliep, maar we werden desalniettemin vriendelijk onthaald. Het was blijkbaar ‘doopdag’, een dag waarop een heleboel jongeren gedoopt werden.
Daarna bezochten we het bezoekerscentrum waar de geschiedenis van de Mormoonse Kerk uit de doeken werd gedaan. Machteld werd er benaderd door een meisje uit Utah die heel erg enthousiast over haar geloof vertelde. En ook al wonen we tegenwoordig in een land waar religie wat uitbundiger beleefd wordt dan in België, toch voelde Machteld zich niet echt op haar gemak met die bekeerpogingen. Tom had hetzelfde gevoel, en nadat we door de historische wijk waren gereden waren we dan ook klaar om te vertrekken.
We aten een hapje in een bedenkelijk barakske, maar hotdogs uit zo’n kraam smaken natuurlijk op z’n best! Tom bezocht daarna Fort Madison, een militair fort, waar ze erg blij waren met een buitenlandse toerist. Machteld maakte intussen een wandelingetje langs de machtige Mississippi.

We besloten direct verder te rijden naar Moline, waar we het John Deere Paviljoen bezochten. In het paviljoen werd de geschiedenis van John Deere uit de doeken gedaan, stonden oude en spiksplinternieuwe (tractor)modellen opgesteld, waren er simulaties (bvb. rijden op een veld m.b.v. gps). We namen natuurlijk ook een kijkje in de John Deere Shop, waar alle mogelijke kleding, speelgoed en huishoudmateriaal te vinden was. De vele mannen in de zaak gingen helemaal los 🙂


We vonden een hotel aan de overkant van de rivier, in Iowa. Dit gebied wordt Quad Cities genoemd omdat er 4 steden erg dicht bij elkaar liggen. ’s Avonds dineerden we bij een pizzabuffet, waar we ons eens goed hebben laten gaan 😉 Daarna belanden we in de Front Street Brewery en uiteindelijk ook weer in het hotel!
Het jammere van hotels is dat in het centrum verblijven een pak duurder is dan wat verder weg. Omdat we het toch budgetvriendelijk wilden houden (na Hyatt in Indianapolis wat 180 USD per nacht kostte – maar gelukkig gesponsord werd), kozen we voor die verder gelegen hotels. Maar als je dan een hapje wil eten of wat wil gaan drinken, moet je direct de auto nemen om je te verplaatsen.. Een voordeel is wel dat hotels aan de buitenrand vaak gratis parking aanbieden, terwijl de duurdere hotels in het centrum ook nog kosten aanrekenen voor parking..
Donderdag reden we na het ontbijt naar Albany Mounds. Het was weer bloedheet – de derde dag van een heuse hittegolf.
In Albany Mounds kan je de bewijzen terugvinden van continue menselijke bezetting gedurende 10 000 jaar. Vanaf ongeveer 500 v.Chr. tot 350 n.Chr. woonden hier Indianen. We leerden wat meer over de begraafplaatsen. Maar alle informatie werd direct weer getranspireerd!

Rond de middag waren we in Fulton. Hoewel Fulton in het midden van de 19e eeuw door een Ierse immigrant gesticht is, heeft het stadje voornamelijk inwoners die afstammen van Nederlandse immigranten. Fulton geniet in de omgeving bekendheid door de daar gebouwde ‘Authentic Dutch Windmill’. Deze molen is de beltkorenmolen ‘De Immigrant’ die in 1999/2000 aldaar door een Nederlands molenmakersbedrijf is gebouwd. Op de molen wordt op vrijwillige basis met windkracht graan gemalen voor particulieren. Twee gepensioneerde mannen van Nederlandse afkomst gaven ons een rondleiding door de molen. Ze maakten graag een praatje en wij apprecieerden de wijsheid van de oude mannen 🙂 Daarna bezochten we het cultureel centrum, waar 21 schaalmodellen van Europese windmolens werden opgesteld. De vrijwilligers (gepensioneerde vrouwen) toonden ons de modellen, waarvan enkele waren uitgerust met elektromotoren die je vanop een afstand kon bedienen om de werking van de molen te tonen. Best indrukwekkend!


We reden een stukje verder om naar ‘Lock and Dam 13’ te gaan kijken, één van de 26 sluizen op de Mississippi tussen Saint Louis en Minneapolis. De sluis is 182,9 m lang en 33,5 m breed. We zagen net een klein bootje naderen. Eigenlijk best grappig dat alles in werking gezet moest worden om dat ene kleine bootje door te laten. Er zaten ook enorm veel vogels, en dan vooral grote pelikanen.

Op aanraden van de vrijwilligsters gingen we daarna een hapje eten in een Chinees restaurant.
Daarna reden we terug de rivier over naar Iowa. Volgens een internetspeurtochtje is de weg tussen Sabula en Savannah erg spectaculair, en dat wilden we met eigen ogen zien. Sabula (Iowa) ligt op een eiland in de Mississippi en van daaruit kronkelt de weg over de Mississippi. Inderdaad spectaculair!
Een volgende stop maakten we in het Mississippi Palisades State Park, waar we een rondje van 1 mijl wandelden met onderweg een indrukwekkend uitzicht over de rivier.
Na ons parkbezoek reden we verder naar Galena, een gezellig mijnwerkersstadje. Het voelde er heel Europees: smalle kronkelstraatjes, gezellige winkeltjes, … Galena was begin vorige eeuw een bruisende handelsstad aan de Mississippi. De Mississippi-rivier was een belangrijke handelsroute voor de westwaartse expansie van de VS. Een grote overstroming in 1937 zette de helft van de stad blank, en verwoestte de hele hoofdstraat. Na deze ramp werden er grote sluisdeuren en dijken rond de stad gebouwd om de binnenstad te beschermen voor nieuwe overstromingen. Door de intensieve ontmijning van vooral loodertsen verder stroomopwaarts, werd de rivier die door de stad liep sterk vervuild met slib, waardoor de rivier geleidelijk aan verzandde. Dit had een grote impact op de handelsmogelijkheden van de stad, en geleidelijk aan kalfde de invloed van Galena af aangezien de stoomboten niet meer tot in de stad konden komen. Een kaart in de stad liet ons zien hoe en waar de rivier door de jaren heen zijn stroom verlegd had.

We brachten de nacht door in Dubuque. We hadden deze avond niet veel zin om nog wat te doen, dus hingen we in de bar van het hotel.
Vrijdagmorgen stond er nog eens een museumbezoekje op de planning: het Aquarium en Rivierenmuseum in Dubuque. Er was ook speciale schildpaddententoonstelling.


Na het museumbezoek belandden we in Wisconsin. Tijdens de conferentie hoorden we de hele tijd: jullie moeten naar Wisconsin gaan, ze hebben daar veel koeien en lekker bier! Zo gezegd zo gedaan 🙂 Het staat zelfs op de nummerplaten van de staat Wisconsin geschreven: America’s Dairyland!

En inderdaad, de ene boerderij na de andere! In tegenstelling tot de grote, mooie, nieuwe bedrijven die we bezocht hebben, zagen we hier vooral kleine, oude boerderijtjes. Heel idyllisch wel! En alleszins een pak minder saai dan de maïs-sojabonen-maïs-sojabonen-… in Illinois! Ook landschap veranderde hier: geen grote vlaktes meer, maar meer wegen die op en af gingen.

Onderweg kwamen we door het dorpje Dickeyville. Niet alleen de naam van het dorp deed een glimlach op ons gezicht verschijnen. We reden toevallig langs een vreemd ogend gebouw. Het bleek de grotto van Dickeyville te zijn, een schrijn gebouwd tussen 1920 en 1930 door broeder Mathius Wernerus. De betonnen gevels zijn bedekt met stenen, schelpjes, hout, tegels, glas en edelstenen, allemaal gedoneerd door gelovige bezoekers. Net dit zorgt voor het eigenzinnige karakter van het gebouw.

We lunchten in de Potosi Brewery (brouwerijen lijken wel een constante doorheen onze trip eh :-)) alvorens onze trip verder te zetten.

In het Wyalusing State Park kochten we een toegangspas voor 1u (en de vriendelijke mevrouw gaf ons 1u20) en trokken het park in. We reden direct naar een uitkijkpunt. Van hieruit had je een machtig prachtig uitzicht op de samenvloeiing van 2 rivieren (de Wisconsin en de Mississippi).

We overnachtten via AirBnB bij Cory en Ryan. We hadden er onze eigen kamer en badkamer en konden keuken, wasmachine, terras en fietsen naar hartelust gebruiken.
Cory en Ryan gaven ons direct een heleboel tips, die ten zeerste geapprecieerd werden. We MOESTEN cheese curds proberen. Cheese curds is vertaald de wrongel (de massa van net samengeklonterde eiwitten uit de melk die het eerste stadium van de kaas vormen). Lekker!
Die cheese curds aten we dus als voorgerecht bij Alchemy. Maar omdat er een wachtrij was bij dit restaurant, waren we eerst tegenover een pintje gaan drinken in de One Barrel Brewery, een nanobrouwerij. Zoals de naam al doet vermoeden, brouwen ze steeds een vat van elk speciaal zelf samengesteld bier.

In Madison viel het ons op hoe fietsen aangemoedigd wordt. Zo krijgen mensen die met de fiets komen korting in verschillende restaurants and café’s! We zagen dus ook een heleboel mensen met een helm onder de arm lopen.