Van Nazareth via Zippori naar Cana

Zaterdag verkenden we het eerste deel van de Jesus Trail. Dit wandelpad van 65 km verbindt belangrijke plaatsen uit het leven van Jezus, maar ook andere historische en religieuze plaatsen met elkaar. We hadden de trail al grotendeels afgelegd, te voet en met de fiets, maar het stuk tussen Nazareth en Cana hadden we nog niet gedaan. Dit had vooral te maken met logistiek. Meestal lopen we rondjes, maar voor dit stuk was er geen alternatief wandelpad voor de terugweg (en het zou ook wel ver worden zo heen en terug). Gelukkig doen de Arabieren, in tegenstelling tot de joden, niet mee aan weekend en rijden er op verschillende plaatsen wél bussen, zoals dus tussen Nazareth en Cana. We parkeerden onze auto in Cana en namen een sherut (gedeelde taxi) naar Nazareth.

In Nazareth aangekomen bezochten we eerst de Fauzi Azar Inn, een hostel in een oude Arabische villa. De eigenaars hebben tevens de Jesus Trail ontwikkeld, dus we gingen er vragen voor wat extra info.

DSCN4746

DSCN4744

Om Nazareth uit te raken moesten we eerst een heleboel, echt een heleboel, trappen op. Bovenaan de trappenreeks hadden we een prachtig uitzicht over de stad en de wijde omgeving.

DSCN4748

DSCN4752

DSCN4750

De trail bracht ons via de velden, die uiteraard maar helaas eerder op een vuilnisbelt leken, naar Zippori. In Zippori sloegen we het nationale park over (we bezochten het al eerder). In het park kan je de ruïnes zien van een stad uit de 7e eeuw v. Chr. Halverwege de Middellandse Zee en het Meer van Galilea was het een bloeiend handelscentrum vanaf de eerste eeuw. Volgens de overlevering is Zippori de thuisbasis van Joachim en Anna, de ouders van Maria.

We wandelden door het bos verder naar Mash’had, de geboorteplaats van Jonah. De populatie in Mash’had bestaat grotendeels uit moslims, en we werden dan ook vriendelijk begroet door de kinderen en passanten op straat.

Cana is de plaats waar Jezus’ eerste mirakel plaatsvond: de bruiloft van Cana waar water in wijn werd omgezet. In die tijd duurden bruiloften enkele dagen tot een week. Zonder wijn komen te zitten was een grote schande voor de familie van de bruidegom. De wijnkruiken hebben een inhoud van ongeveer 450 liter. Volgens Johannes waren er 6 wijnkruiken, dus die bruiloft leek wel een leuk feestje!

DSCN4760

De locatie van Cana is nogal controversieel; er zijn nog vier alternatieve locaties.

We bezochten de Fransiscaanse Trouwkerk, die in 1879 gebouwd werd op de ruïnes van eerdere Byzantijnse ruïnes.

DSCN4761

Buiten op straat kwam we een bus Nigerianen tegen. Blijkbaar is dit plaatsje, op slechts 25 km van ons huis, nogal toeristisch. Maar wij waren er tot op heden dus nog nooit geweest..

Harashim, Hurfeish en Peki’in

Woensdag werden we uitgenodigd door collega Zalmen om samen te gaan wandelen in Westelijk Galilea. Wandelen met een expert, daar konden we natuurlijk geen nee tegen zeggen!

DSCN4774Er is maar één goed ding aan deze plant: ruikt verschrikkelijk lekker maar heeft vervelend scherpe doornen

Rond 9u kwamen we aan in Harashim, een dorpje waar zo’n 60 gezinnen wonen.Zalmen was verbaasd te horen dat zijn dorpje op de kaart staat.

Harashim is gesticht in 1980 als onderdeel van een programma om joden aan te moedigen in Galilea te gaan wonen. Tot op vandaag is de regio grotendeels bevolkt met moslims en christenen, en zijn joden en christenen in de minderheid. Het dorpje is gelegen op zo’n 800 m boven zeeniveau en heeft een jaarlijkse neerslag van meer dan 1000 mm, een pak meer dan in België dus. Het was er ook behoorlijk fris – 12° C; daar stonden wij in onze korte broeken!

We dachten deze Paasperiode aan de matzes (ongerezen brood) te kunnen ontsnappen, maar dat was dus mis gedacht 🙂 Na het ontbijt bracht Michal, Zalmens vrouw, ons naar Hurfeish, een Druzendorp met zo’n 5000 inwoners.

We wandelden een stukje door het dorp. Op vele daken zagen we druivenranken.

DSCN4776

Via een vuil stroompje trokken we de bergen in. We stopten bij enkele bronnen met drinkbaar water. Handig, zo’n privégids bij de hand!

DSCN4765

Halverwege de berg rustten we even uit. We hadden er een goed uitzicht op de tombe van Salaban, een profeet van de druzen, op de Zvul-berg. Deze berg is genoemd naar Zebulun, de zesde zoon van Jacob en Leah volgens het boek Genesis.

DSCN4766

DSCN4767

Boven op de berg vonden we ruïnes. Enkele mannen uit Hurfeish waren aan het werk om oude waterputten terug open en schoon te maken. Eén van hen toonde ons een beetje verderop ook een verborgen put. Interessant!

DSCN4769

DSCN4772

Onderweg weken we even van het pad af, op zoek naar huta’s. Een huta is een groot gat in een gebergte, onstaan door uitspoeling of instorting. De huta die wij vonden was zo’n 10 m diep, 15 lang en 5 m breed. Alweer een interessant geologisch fenomeen ontdekt!

DSCN4771

Het pad leidde ons verder naar Peki’in, een ander Druzendorp. Hier bezochten we het bezoekerscentrum van Gamila Secret zeep. De zeep wordt geproduceerd uit olijfolie, amandelen, avocado, lavendel en ‘geheime’ kruiden die rond het dorp gevonden worden, volgens een recept dat van generatie op generatie werd overgedragen.Net zoals goede wijn, moet ook de zeep ‘rusten’ na de productie. Het duurt zo’n 3 maanden tot de kruiden zich kunnen ‘zetten’ en de zeep hard is.

gamila

Gamila Hiar is de naam van de oma, een 70-jarig vrouwtje dat in de traditionele druzen klederdracht door het leven gaat.Ze was jaren geleden de eerste vrouw die uit ging werken.

Iedere maand worden zo’n 100 000 stukken zeep naar 23 landen verscheept. Voor dit succesverhaal werd de zeep echter vaak weggegeven. Eén van Gamila’s zoons deelde de zeep uit aan zijn legervrienden als testpersonen. Daarom wordt er vaak al lachend gezegd: Niet getest op dieren, maar op legermannen. De slogan is: ‘Try it and your skin will smile’. Machteld heeft een voorraadje ingeslagen en voelt zich wel geroepen om dit te testen 🙂

We wandelden verder door Peki’in en waren blij verrast met het gezellige centrum. We waren wel eens door Peki’in gereden, maar alleen op de hoofdstraat, die weinig speciaal is. Het oude centrum daarentegen was heel charmant. We troffen een bron aan in het midden van het dorp en een gezellig pleintje. Een druus benaderde ons – duidelijk toeristen – en nodigde ons uit op zijn terrasje waar we een granaatappelsapje dronken. Hij vertelde over de geschiedenis van Peki’in, over het briefje van 100 NIS waar Peki’in op staat afgebeeld en over de druzenprincipes.

100_NIS_Bill_Obverse_&_Reverse_HR

In Israël wonen zo’n 130 000 druzen. De druzenreligie is in 1017 in Egypte afgesplitst van de islam.

De druzenvlag bestaat uit vijf kleuren, die de vijf profeten en principes vertegenwoordigen: Groen staat voor de natuur, rood voor de liefde, geel voor de zon en het zand, blauw voor lucht en water en wit staat voor de geest, het bewustzijn. Als iedereen zich deze vijf principes zou opleggen zou er vrede in de wereld zijn, aldus de man.

De Druzen wonen vaak samen met andere religies. In Peki’in is de meerderheid wel Druus, maar er wonen ook moslims, christenen en enkele joodse families. Je kan ook druzen vinden in Syrië, Libanon, Jordanië en zelfs in Australië, de VS, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Venezuela en Colombia.

In Peki’in vind je ook een oude synagoge, waarvan wordt gezegd dat stenen uit de Tempel van Jeruzalem in de muren verwerkt zijn.

DSCN4777

Zalmen liet ons kiezen: opgehaald worden of wandelen. We wilden ons niet laten kennen en gingen voor de laatste optie. De berg naar Zalmens huis leek steiler te worden bij iedere stap. In de laatste kilometer overbrugden we 150 hoogtemeters! We waren maar wat blij dat er eten op tafel stond toen we bij Zalmens huis kwamen!

DSCN4763     DSCN4775

Een lamskoteletje, een quinoa-salade en een salade van kool, perziken en vijgen, aardappelen en bataat, … We konden ons buikje weer goed rond eten!

 

Van verafschuwd tot verslaafd

Een ingewikkeld en controversieel onderwerp hier in het Midden-Oosten, maar hier onze ideeën over hummus.

Wat achtergrondinformatie:

Hummus is het Arabische woord voor kikkererwten. Kikkererwten worden in deze regio al millennia gegeten. Het eerste hummus-recept dateert echter uit de 13e eeuw in Caïro.
Hummus bestaat uit gekookte gepureerde kikkererwten, tehina (pasta van sesamzaadjes), look, olijfolie, citroensap en zout.
Hummus wordt gegeten in een broodje falafel – zoals wij mayonaise zouden eten bij een broodje gezond – of het wordt geserveerd in een soepbord. Het verbaast je misschien, maar je kan hier restaurants vinden die enkel hummus serveren! Die restaurants worden humusiots genoemd. Waar je de beste hummus kan vinden is dan ook een geliefkoosd onderwerp.
Hummus wordt vaak gezien als de Nationale Israëlische Snack. Waarschijnlijk werden de recepten geadopteerd door joden die vanuit de Arabische landen naar Israël verhuisden. In 2008 werd er een aanvraag gedaan door Libanon om hummus te erkennen als Libanees eten, maar die aanvraag werd afgewimpeld want hummus is eigen aan de regio, en valt, net als brood, niet te patenteren.
De populariteit van hummus is te wijten aan de ingrediënten, die volgens de Kashrut (joodse voedselvoorschriften) zowel met vlees als met zuivel gecombineerd kunnen worden.
Naast de talrijke hummusrestaurants kan je het ook voorverpakt in de supermarkt kopen.
Hummus is tegenwoordig ook populair in Europa als gezond voedsel. Hummus is dan ook rijk aan ijzer, vitamine C en vitamine B6 en bestaat uit veel eiwitten en vezels. In Europa wordt hummus wel eens geserveerd als dip bij groenten, maar ik zie nog niet direct gebeuren dat we met z’n allen de hummus als complete maaltijd adopteren.

Onze eerste keer ‘hummus eten’ herinneren we ons nog goed. We werden meegenomen naar een restaurant waar ons dan een bord met iets pureeachtigs werd voorgeschoteld. Met lange tanden aten we ervan. En de week erna opnieuw. Maar nee, we waren niet overtuigd. We aten wel regelmatig een klein schepje hummus bij barbecues of in onze falafelpita.
Totdat we een hummusiot ontdekten! Serieus, er gaat niets boven warme, verse, huisbereide hummus! De smaak en de textuur, niet te beschrijven, maar overheerlijk!
Wanneer we naar België gaan, staan we altijd te popelen om nog eens een frietje te steken. Maar hier staan we minstens wekelijks te popelen om hummus te gaan eten.
We hebben dan ook ons favoriete hummusrestaurant, en wel in ons eigen dorp!
Zoals zoveel restaurantjes hier moet je weten waar je moet zoeken om het te kunnen vinden. Een steile oprit naar beneden, achter een lelijke gevel en met opschriften in een taal die we niet de baas zijn, schuilt ‘ons’ hummusrestaurant.
We zoeken een tafeltje en worden direct voorzien van een bordje met tomaat en ajuin en een bordje met olijven en augurken. Bij het bestellen kunnen we kiezen uit enkel hummus, hummus met vlees, een eitje, shakshuka (soort tomatensaus met ei), champignons, tuinbonen, of nog meer kikkererwten. Met water in de mond wachten we dan tot onze bestelling klaar is, terwijl we intussen mensen kijken.
En daar is ie dan, een heerlijke, warme kom hummus recht uit de hemel! Met stukjes pita sop je dan de hummus op. Je krijgt er ook nog eens schaaltje ‘charif’ bij, wat wij vertalen als ‘heet spul’. Machteld is er dol op, Tom vindt er niets aan. Nog niet genoeg? Je krijgt ook gratis refills! Het huidige record staat op 13 bordjes hummus. Ons record is 2… Als we in tijdsnood zijn, maar toch een grote nood hebben aan hummus, kunnen we het ook afhalen. Dit gaat dan als volgt: ‘Chetzi kilo hummus im gargarim?’ ‘Ken’ ‘Gam charif?’ ‘Ken bevakasha’ ‘Od mashehu?’ ‘Arba pitot’ ‘Beseder, 30 skelim’ Tot zover ons Hebreeuws!
Voor het geval het niet duidelijk was, wij houden van hummus en gaan het missen als we in België zijn. Misschien is het geen slecht idee om eens een hummuskookles te volgen… 😀

A day in the life of a PhD student

We krijgen wel eens te horen van mensen die onze blog volgen: ‘Jullie doen wel niets anders dan uitstapjes maken!’. Dat is maar schijn hoor! 🙂
Door de week rinkelt onze wekker meestal rond half 7, zodat we rond half 8 op het werk aankomen. We gaan dan door onze e-mails, die zo nodig beantwoord worden. De rest van de dag houden we ons bezig met papers lezen, papers schrijven, conferenties voorbereiden, papers indienen en verbeteren, meetings met Ilan en Ephraim, meetings met andere partners, data-analyse, andere studenten en onderzoekers helpen met hun onderzoek, …
Tussen 16u30 en 18u zit onze werkdag er meestal op. Dan wordt er gekookt, gesport, gepoetst, op internet gesurfd of gebeld met ouders of vrienden.

In het weekend trekken we er dan meestal op uit. Zonder sociale verplichtingen (verjaardagsfeestjes, babyborrels, housewarmingparty’s), die we van tijd tot tijd heus wel missen, kan je best veel doen in een weekend!

Maar hieronder wat meer uitleg over wat we eigenlijk de hele dag doen:

Over papers schrijven
Als doctoraatsstudenten wordt er verwacht dat we in een periode van 4 jaar 5 papers schrijven. Dat houdt in dat we onze onderzoeksresultaten op papier zetten. Maar om resultaten te hebben, moet je natuurlijk eerst onderzoek doen. Tom focust zich op kreupelheidsdetectie door middel van camerabeelden en gedragsvariabelen, Machteld houdt zich bezig met het voorspellen van ziektes rond het kalven op basis van gedrags- en productievariabelen. Voorbeelden hiervan zijn herkauwgedrag, liggedrag, activiteit, melkproductie, gewicht en vet-, eiwit- en lactosepercentages in de melk. Deze variabelen worden allemaal gemeten met behulp van sensors. Gedragsvariabelen worden gemeten via een sensor die de koeien aan hun poot dragen of in hun nek. Productievariabelen worden gemeten in de melkstal of aan de uitgang. Tijdens de melkbeurt wordt de hoeveelheid melk gemeten, en wordt ook het vet-, eiwit- en lactosegehalte in de melk geschat. Gewicht wordt gemeten op een weegschaal die zich bevindt in een gangetje waar de koeien doorlopen wanneer ze de melkstal verlaten.
Tom heeft ook experimenten gedaan waar hij camerabeelden maakte van de koeien terwijl hij de koeien ook een locomotiescore gaf. Een locomotiescore is een getal tussen 1 en 5 dat aangeeft hoe kreupel de koe is. Er wordt o.a. rekening gehouden met de grootte van de stappen, de hoofdbeweging en de kromming van de rug.
We verzamelen dus een heleboel data die we dan op onze computer analyseren. Hiervoor moesten we in het begin ook leren werken met bepaalde wiskundige en statistische programma’s, zoals Matlab en SPSS. Na de data-analyse kan het schrijven beginnen. In een paper moet je je resultaten ook kaderen. Dit doe je door jouw onderzoek te vergelijken met andere onderzoeken, door de sterke punten aan te halen, maar ook de mindere punten. Een sterk punt kan voor ons bijvoorbeeld zijn dat ons onderzoek op redelijk grote schaal plaatsvindt. Een van onze onderzoeksboerderijen is een bedrijf met 1100 koeien, een mooi aantal dus.
Intussen moet je ook nadenken bij welk tijdschrift je de paper wil indienen. Voorbeelden van tijdschriften zijn Journal of Dairy Science, Computers and Electronics in Agriculture, Applied Animal Behaviour Science, Livestock Science, … Geen Veeteelt magazine of Boer&Tuinder dus..
Elk tijdschrift heeft ook zijn eigen vereisten hoe de paper er moet uitzien, hoe groot je figuren mogen zijn, hoe je bronnenlijst eruit moet zien, welk lettertype je moet gebruiken, …
Zodra je een paper hebt ingediend is het wachten geblazen. De paper wordt dan naar experts gestuurd om hem na te lezen. Na enkele maanden krijg je dan de commentaar van de experts. Dus dan kan het verbeteren beginnen. Spel- of grammaticafouten zijn natuurlijk snel op te lossen, maar als er vragen komen over je analyse, ben je daar wel even zoet mee! Je paper kan ook geweigerd worden. Dan moet je op zoek naar een nieuw tijdschrift, en moet je dus ook de hele lay-out weer aanpassen. Het duurt minstens 4 maanden om een paper gepubliceerd te krijgen, maar meestal langer.

Meetings
Iedere week hebben we ook een meeting met Ilan en Ephraim. Deze meeting is afwisselend op onze eigen campus in Neve Ya’ar en de campus in Bet Dagan. We bespreken dan met hen onze resultaten en zij geven hun kijk op de papers die we schrijven.
Tom heeft, als onderdeel van zijn project, ook wekelijkse skype-meetings met zijn collega’s in Nederland, Zweden en België.

Andere projecten
Naast ons eigen onderzoek helpen we ook anderen met hun onderzoek. Machteld is betrokken in een onderzoek met Ephraim waarin de krachtvoergift wordt afgestemd op de energiebehoefte van de koe. Ze is ook betrokken in een onderzoek met een collega (Ariel) en zijn studenten (Sarah en Yoel) over de relatie tussen gedrag, stress en ziekte. Verder helpt ze ook Yitzhak, een doctoraatsstudent die al wat ouder is, met computerlessen. En ze hielp ook Tom bij zijn nachtelijke experimenten op de boerderij.
Tom zijn tijd gaat veelal naar het project. Omdat hij in een team werkt, brengt dat ook weer andere verwachtingen en verplichtingen met zich mee.

Conferenties, cursussen en meetings
Op conferenties stellen we onze onderzoeksresultaten voor aan het grote publiek. De eerste stap is een korte samenvatting schrijven. Die wordt dan geëvalueerd, en indien goedgekeurd, mag je een mondelinge presentatie of een posterpresentatie geven. Wij geven meestal een mondelinge presentatie met behulp van PowerPoint. Die presentatie mag meestal zo’n 12 à 15 minuten duren. Daarna volgt er een vragenronde, waar je dingen kan verduidelijken of nieuwe inzichten verwerft.
We worden sterk aangemoedigd om aan conferenties deel te nemen. De voorbije jaren hebben we aan enkele lokale conferenties deelgenomen, maar ook aan buitenlandse conferenties in Praag en Bratislava. Op internationale conferenties bereik je een groot publiek en leer je mensen in je vakgebied kennen. Daarnaast is het ook altijd leuk om een nieuwe omgeving te verkennen 🙂
We worden ook aangespoord om cursussen te volgen. We hebben o.a. een cursus bij de Israëlische veeartsenvereninging gevolgd om het systeem te leren kennen, Machteld heeft een dagje meegelopen met een veearts, we hebben een statistische workshop gevolgd en Machteld is ook naar Denemarken getrokken voor een cursus over stressbiologie.
Tom gaat ook regelmatig naar het buitenland voor zijn project. Dit zijn dan meetings van 1 à 3 dagen, met vergaderingen en lessenreeksen over uiteenlopende onderwerpen.
Verder worden we soms ook gevraagd om seminaries te geven. Zo gaven we een seminarie aan de Israëlische veeartsenvereniging over ‘Monitoren van gezondheid via sensors’ en aan een groep buitenlandse studenten over ‘Melkveehouderij in Israël’.
Soms krijgen we ook bezoekers over de vloer. We hielpen een reis op poten te zetten voor een groep Belgische boeren, we toerden al rond met mensen van Thailand, Denemarken en Slovenië, we worden wel eens uitgenodigd door collega-onderzoekers om een dagje mee te lopen. Dat heeft ons al in een meloenenkwekerij aan de Dode Zee en verschillende viskwekerijen gebracht.
Daarnaast bezoeken we ook regelmatig nieuwe boerderijen, waar we toch telkens opnieuw weer iets opsteken.

Hopelijk geeft dit een duidelijker beeld van wat we zoal doen op een werkdag 🙂

Catching up with my brother, part 1: dag 1 – 3

We willen zo graag zoveel mogelijk mensen ons huidige thuisland laten zien. We waren dan ook heel blij te horen dat Mathieu ons zou komen bezoeken! Zijn wensenlijst voor Israël: Zon, zee en strand! En een beetje cultuur! En natuurlijk een boerderij zien.
Net na middernacht en de Israëlische security vonden we elkaar in de aankomsthal.

DSCN4624

Eens aangekomen in het Sadot Hotel, op 15 min van de luchthaven, vielen we alledrie als een blok in slaap. Vrijdagmorgen trokken we naar het zuiden. We reden eerst naar Yatir Forest, het grootste aangeplante bos in Israël met meer dan 2 miljoen bomen.

DSCN4627

Daarna brachten we een bezoekje aan Tel Arad, een Kanaänitische stad waar opgravingen overblijfselen van huizen, een fort en een joodse tempel blootgelegd hebben.

DSCN4635

DSCN4637

Een volgende halte was de Grote Maktesh. Een Maktesh is een geologisch fenomeen dat enkel in de Negev woestijn in Israël en in de Sinai in Egypte voorkomt. Er wordt gezegd dat er 7 Makteshim bestaan, maar slechts 3 zijn ‘toeristische attracties’: Maktesh Ramon, Maktesh Katan (de kleine) and Maktesh Gadol (de grote). In de Grote Maktesh speelden we in het gekleurde zand.

DSCN4641

DSCN4646

De laatste stop voor die dag was de Negev Camel Ranch, een kamelenboerderij in de buurt van Dimona. We dronken thee, bestudeerden de kamelen, genoten van de rust en verorberden een herdersmaaltijd van rijst, gestoofde groenten, een salade en brood voordat we in onze woestijnhut kropen voor de nacht.

DSCN4653

’s Morgens trokken we er met de kamelen op uit. De kamelen brachten ons naar de oude Nabateaanse stad Mamshit. Het uitzicht vanop een kamelenrug was prachtig! Helaas hadden onze kamelen het niet zo op elkaar begrepen, en begonnen ze onderweg te vechten. En daar zit je dan!

DSCN4656

DSCN4665

DSCN4661

Na onze kamelenrit stond de Dode Zee-regio op het programma. Enkele interessante weetjes over de Dode Zee:
– De Dode Zee is het laagste punt op aarde op meer dan 400 meter onder zeeniveau.
– Het water bestaat voor 30% uit zout, ongeveer 10x meer dan normaal zeewater. Daardoor blijf je zonder enige moeite drijven op het water.
– Het Dode Zee-gebied is één grote industrie. Naast een resort-hotel-strip waar mensen naartoe komen voor o.a. psoriasis-behandelingen, staan er ook enorme mineralenfabrieken voor kunstmeststoffen en wordt er veel aan landbouw gedaan (o.a. paprika’s, meloenen en dadels).
– De unieke samenstelling van de Dode Zee is al bekend sinds minstens 400 v.Chr. Aristoteles en Plinius schreven er al over. Ook de Nabateanen wisten er een handeltje van te maken, door het bitumen te verkopen aan de Egyptenaren voor balseming. Ondanks de handelsactiviteiten werd de Dode Zee lange tijd gezien als een duivels oord. Ideaal voor politieke vluchtelingen zoals koning Herodes en koning David of religieuze asceten.
– De kustlijn is deels Israëlisch, maar ligt ook deels in Palestijns gebied.
– Dode Zee-water is eigenlijk maar vettige drab. Het laat een laagje achter op je huid, waardoor die wel heel zacht wordt.

DSCN4676

We maakten een wandeling in Ein Gedi, een oase in de woestijn met bronnen en watervallen. De meertjes zijn ideaal om even af te koelen!

DSCN4678

DSCN4679

DSCN4682

Daarna plonsden we in de Dode Zee. Nog een beetje koud in deze tijd van het jaar, maar dat weerhield de massa niet!

DSCN4695

We zetten onze tenten op op het strand en kookten spaghetti op ons campingvuurtje. Daarna dronken we nog een pintje in de 24/7 bar en speelden we Rummikub.

Midden in de nacht stonden we op om Masada te beklimmen. Masada een fort gelegen op een plateau. Koning Herodes vluchtte in 40 v.Chr. naar Masada, waar hij het fort uitbreidde zodat het een veilige vluchtplaats werd. Je kan er prachtige paleizen zien, een dikke muur en torens, gigantische opslagplaatsen, … Hij legde er zelfs zwembaden aan! Na de val en verwoesting van Jeruzalem en de Joodse Tempel tijdens de Joodse-Romeinse Opstand in 70 n.Chr werd Masada belegerd door de Romeinse bezetters. De belegering is opgetekend door Josephus. Hij schrijft dat de Romeinen met ongeveer 8000 waren, inclusief joodse slaven, verspreid in 8 kampen rond Masada. De Romeinen bouwden een gigantische ‘oprit’ naar de top van Masada. Binnen Masada zaten 967 mannen, vrouwen en kinderen die stilaan door hun voorraden begonnen te raken. Zodra de Romeinen klaar waren met hun ‘oprit’ en zich klaar maakten op Masada aan te vallen, begonnen de mensen op Masada massaal hun huizen en bezittingen in brand te steken opdat ze niet in Romeinse handen zouden vallen. Er werden 10 mannen geloot die alle anderen moesten vermoorden. Daarna werd er 1 uit de 10 geloot die de 9 anderen moest vermoorden en daarna zelfmoord moest plegen. Toen de Romeinen Masada binnendrongen troffen ze een enorm bloedbad aan en ook 2 vrouwen en 5 kinderen die zich hadden verstopt.

Boven op de berg werden we beloond met een prachtige zonsopgang!

DSCN4703

DSCN4705

DSCN4709

Om te bekomen van deze zware inspanning plonsden we opnieuw in de Dode Zee. Deze keer waren we in Mineral Beach, waar je ook gezuiverde Dode Zee-modder en een zwavelbad kan vinden. Lekker spelen in de modder 🙂

’s Middags aten we in Abu Gosh, de hummus-hoofdstad van Israël, waar in 2010 een Guinness World Record gezet werd met de grootste hummusschotel van maar liefst 4000 kg. Enkele maanden later pakte Libanon dat record echter weer af.
Zelfs Justin Bieber wist dit plaatsje te vinden!

Bekomen van Mathieu’s bezoek

Nadat we Mathieu donderdag hadden afgezet in de luchthaven, moesten we vrijdag toch nog even bekomen van de intense week. Desalniettemin was het heel fijn geweest, en zeker voor herhaling vatbaar. Ten minste van onze kant gezien 🙂
Op zaterdag hebben we nog eens een wandeling gemaakt. Het weer is veel te mooi hier om binnen te blijven zitten. De lente is ook nog volop bezig, dus proberen we er zoveel mogelijk van te genieten.
DSCN4723
We trokken naar het Carmel-gebergte, meer bepaald naar “Klein Zwitserland”. Deze regio wordt zo genoemd omdat het bergachtige landschap is begeven met eiken en een terpentijnboom (Pistacia palaestina). Het smalle pad begeeft zich ook langs beboste bergwanden, met diepe kliffen en valleien.

DSCN4724

DSCN4727
DSCN4720

DSCN4721
Jammer genoeg waren wij niet de enigen op deze trail. Wij hadden het net getroffen om achter een groep Israelische kinderen uit te komen. Een of andere jeugdbeweging maakte een daguitstap, en omdat wij net iets sneller over het pad liepen, moesten wij de hele meute voorbij. En er leek maar geen eind te komen aan de lange rij schreeuwende kinderen. En op het smalle pad, dat in de bedding van een (droge) beek lag, was nogal smal, waardoor we ons in bochten moesten wringen om voorbij te steken. Want aan de kant gaan is precies moeilijk!
DSCN4722
Onderweg kwamen we ook uit bij Ein Alon, vrij vertaald als de ‘Eikenbron’. Op deze plaats zou het hele jaar rond water staan. Hier zaten ook veel mensen te picknicken. Langs de kant van de weg stond ook een klein kraampje, waar een druus lafah met lebaneh stond te verkopen. Lafah wordt ook wel Iraakse pita genoemd, en lijkt op een wrap. Zijn vrouw kneedde en zwierde de deegbollen (als een volleerde Italiaanse pizzabakker) tot platte pannekoeken, en legde deze dan op een ‘taboon’. Een taboon is een convexe pan, en lijkt op een omgekeerde wok. Wanneer de lafah 30 seconden tot 1 minuut later gebakken was, smeerde hij er zelfgemaakte lebaneh (yoghurt kaas), en werkte het af met za’atar , een kruidenmix typisch voor het Midden-Oosten.
DSCN4728
Het water uit Ein Alon liep verder in de Alon vallei. Onderweg kwamen we ook enkele koeien tegen die de schaduw al kwamen opzoeken onder bomen in de rivierbedding. Iets verderop kwamen we ook een iets minder levend exemplaar tegen :-s Enkel de kaalgevreten ruggengraat, ribbenkast en schedel waren nog te zien. Machteld vroeg net daarvoor nog af of we nooit eens een lijk zouden terug vinden langs onze wandelpaden. Autowrakken komen we alleszins genoeg tegen.
DSCN4732

DSCN4734
De Alon-vallei staat ook bekend van de verwoestende brand die er gewoed heeft in December 2010. Zelfs nu, meer dan 2 jaar na de feiten, is de schade nog steeds zichtbaar. Hoewel de meeste grassen en bloemen al terug zijn gekomen, zijn de bomen nog steeds kaal en zwartgeblakerd. Op bepaalde stroken zijn ze dan ook begonnen met de kap van deze bomen, om plaats te maken voor nieuwe aanplantingen.
DSCN4737

DSCN4739
Op de terugweg naar huis reden we via de scenic route terug naar huis, en hadden we een mooi uitzicht op de baai van Haifa.

DSCN4743