Op maandag 13 mei reisden we allebei weer terug naar Israel. Doordat Machteld haar vlucht zelf geboekt had, en Tom zijn vlucht via het instituut heeft moeten regelen, werden we verplicht om met 2 verschillende vluchten terug te komen. Hierdoor kwam Machteld op maandagavond al terug aan, terwijl Tom pas midden in de nacht aankwam. Machteld werd in de luchthaven opgepikt door Ilan, die terugkwam van een dagje werken in Bet Dagan, terwijl Tom een taxi geregeld had bij Moshe, onze vaste taxichauffeur van en naar de luchthaven.
Bij het terugkomen was het toch weer even wennen, vooral voor Tom omdat hij een hele maand in het buitenland had gezeten. Nu is de zomer ook weer echt begonnen, dus was het verschil in temperatuur met Belgie duidelijk voelbaar. Op het werk zelf begonnen we ook redelijk rustig, aangezien het Shavu’ot was. Deze joodse feestdag is vergelijkbaar met het christelijke pinksterfeest.
Zaterdag 18 mei hebben we nog eens een wandeling gemaakt. We trokken naar het Nationale park van Nahal Amud. De Amud-stroom loopt door dit park. De Amud ontspringt in Galilea nabij de berg Meron, het 2de hoogste punt in Israel, en mondt uit in het meer van Galilea. Dit park staat genoteerd in de top-10 notering van most-do wandelingen in Israel, dus waren we wel benieuwd.
De stroom heeft door de duizenden jaren heen ook een diepe kloof uitgesneden in het landschap, waardoor de wandeling al direct startte met een stevige afdaling. Aan het begin van de afdaling stond een verlaten gebouw uit de tijd van het Britse mandaatschap in deze regio. De politie had hier een kantoor gevestigd (lokale naam is “Ein a-Tina”) om de route naar de stroom de bewaken. De afdaling was redelijk lang, en startte eerst geleidelijk, maar later volgde er trappen met grote treden. In totaal zouden we 200 meter afdalen om tot bij de stroom uit te komen. Aan de voet stond een oude watermolen langs de rivier om bloem te malen. Deze werd laatst gebruikt in de 20e eeuw.
Gaandeweg kwamen we ook enkele boomgaarden tegen. Vroeger werden deze onderhouden door de naburige Arabische inwoners. Er waren kanaaltjes aangelegd waar water afgeleid werd van de rivier naar de boomgaarden, en reservoirs om water in op te slaan. Nu is het hele gebied echter een nationaal park geworden, en wordt het onderhouden door de parkmedewerkers. Ze passen hier net dezelfde terras-landbouw technieken toe als in Sataf nabij Jeruzalem. Daar zijn we niet zo lang geleden ook eens geweest.
Verder stroomafwaarts kwamen we een ander verlaten gebouw tegen. Dit werd gebruikt voor de wolindustrie, wat eerder een bloeiende industrie was voor de joodse gemeenschap in Tsfat. Deze molen werd, net als de molen om bloem te malen, aangedreven door de energie van het water. Het dreef zware houten hamers aan die op de wol inwerkten. Deze stap had als doel om de wol te zuiveren van vet- en andere residu’s. Deze stap was nodig om de wol verder te kunnen verwerken. Deze molen was dus eigenlijk een voorloper van de wasmachine, maar dan voor wol.
Natuurlijk waren wij niet de enige daar in het park, en dus krioelde het weer van de mensen. Vele kinderen zwommen en ploeterden in het water. Ook wij zochten ons een plekje uit om even te verpozen, en weg van de grote drukte. De totale wandeling was ook maar 4.85 km, waardoor de mensenmassa op een korte afstand samengepakt zat. Na de wandeling hadden we toch niet het gevoel dat dit park top-10 waardig was. We zijn zeker al in mooiere parken en plaatsen geweest in Israel. Waarschijnlijk speelt de jaarrond aanwezigheid van water een grote rol om in de top-10 te komen. Israeli’s houden nu immers meer van ploeteren in water dan zweten in de woestijn!
’s Avonds hadden we geen zin om eten te maken. Op het werk had onze collega Aviv ons aangeraden om het restaurant ‘Basarella’ uit te proberen. Hij had gehoord dat dit vleesrestaurant aangenaam was, en niet te prijzig. Wij gingen dit dus eens verkennen. Toen we thuis vertrokken zat Ruti, de vrouw van huisbaas Moti, met haar 2 dochters en de oudste kleindochter buiten op het terras. Ze waren nagellak aan het uitproberen: er stonden wel 10 verschillende pottekes op tafel! Ook zij vertelden ons dat Basarella een goede keuze was. Maar het blijft toch altijd nog vreemd voor ons toen ze ons vroegen of we een vlees- of zuivelrestaurant zochten. Indien je koosjer wil eten, mag je immers de twee niet mengen. Het eten was er inderdaad lekker, en het werd ook nog eens mooi gepresenteerd. Wat moet je nog meer hebben? 

























































