In het Pesach-/Paasweekend trokken we er met de tent op uit richting Dode Zee. In deze regio hebben we de bekende attracties (Masada, Ein Gedi en ploeteren in Dode Zee) al meermaals gedaan, maar we vonden dat het tijd werd voor een grondigere verkenning. Toen Tom besefte dat op donderdagavond betekende dat hij een nacht langer in een tent moest slapen, besloten we toch maar op vrijdagmorgen te vertrekken.
Onze eerste tussenstop was Qasr el Yahud. Deze plaats wordt geclaimd als de enige echte doopplaats van Jezus, alsook de plaats waar de Israëlieten de Jordaan overstaken en de profeet Elijah opsteeg naar de hemel. Qasr el Yehud ligt in een militaire zone en in de Westbank, niet ver van Jericho (‘de oudste stad’). Dit betekent dat we gestopt werden door een soldaat die ons vroeg waar we vandaan kwamen. Qasr el Yehud is pas (augustus 2012) gerenoveerd en heropend en er worden weer doopplechtigheden gehouden. Je kan er ook de ruïnes van een Byzantijnse en een kruisvaarderskerk vinden. Aan de overkant van de Jordaan zagen we ook pelgrims en een prachtige kerk! Jordanië was ineens zo dichtbij, met enkel de Jordaan – een zielig stroompje in vergelijking met de Maas – ertussen. We zouden gewoon een praatje kunnen slaan met de overkant! Het lijkt misschien verleidelijk om even op en neer te zwemmen, maar de Israëlische soldaten met hun grote geweren staan op de uitkijk… Je kan hier ook goed zien wat water met een woestijnlandschap doet. De oevers waren helemaal groen en het leek wel een oase! We zagen er een viering van een groep orthodoxe christenen. Toch indrukwekkend!
Een andere doopplaats is trouwens Yardenit. Yardenit ligt ook aan de Jordaan, maar veel dichter bij het Meer van Galilea. Deze locatie droeg jarenlang de voorkeur weg van pelgrims door de toegankelijkere locatie. Daar komt nu misschien verandering in?
Een beetje verder richting Dode Zee vonden we een klooster dat gesticht werd door de Byzantijne monnik St. Gerasimos. Gerasimos was een monnik uit Lycia (Anatolië, Turkije). Hij stierf in 475. In 1890 werden de kerk en het klooster heropgebouwd. We kregen er uitleg van een enthousiaste man, die verklaarde een voetbalfan te zijn van Charleroi (of all places..). Hij vertelde dat – volgens de Griekse overlevering – Jozef en Maria in het klooster geslapen hebben. Het is een heel mooi en gezellig klooster. In de kerk zagen we een zuster die de schilderijen aan het restaureren was. In het binnenhof waren er enkele souvenirshops. Toch een beetje vreemd in een klooster 🙂 Buiten troffen we een halve dierentuin aan: emoes, dromedarissen, geiten, vogels, paarden, …
Daarna reden we verder naar Biankini Beach, waar we onze tent opzetten en in de Dode Zee ploeterden. Biankini Beach is een Marokkaans geïnspireerd vakantiedorp. Er zijn huisjes die je kan huren, maar ook tenten. En er is dus plaats om je eigen tent op te zetten. We vonden het wel vrij prijzig: 80 ILS p.p. (16 euro p.p.) om het strand te betreden (we waren er rond 15u30) en nog eens 40 ILS p.p. (8 euro p.p.) om je tent op te zetten. Er is ook een restaurant en de site beschikt over sanitaire voorzieningen. ’s Avonds smulden we van een voedzame maaltijd bestaande uit worstjes, spaghetti en maïs. Daarna speelden we een paar spelletjes Rummikub op het terras met uitzicht op de Dode Zee. Bij de tent naast ons hoorde een groepje dove jongeren. Goed gezelschap!
Zaterdagmorgen reden we verder langs de Dode Zee kust. Het plan was om in Nahal Mishmar te gaan wandelen. De parking stond goed vol, maar toch werden we niet overrompeld door het aantal mensen op de tocht. Wij volgden eerst het rode pad, en toen er gekozen moest worden volgden we verder het blauwe pad, dat een avontuurlijkere tocht beloofde. Dat voelden we: bergop, klauteren, op plaatsen via ijzers omhoog klimmen, door poelen waden, … Heerlijk! 🙂 We kwamen uiteindelijk uit bij een droge waterval, die vast heel spectaculair is wanneer er water is, want de waterval overbrugde wel 100 m. Nu zagen we het enkel druppelen. De droge waterval was wel een ideaal rustpunt. We werden er vergezeld door bedelende vogeltjes. Op de terugweg zetten we er stevig de pas in en rond 14u30 waren we terug bij de auto.
Omdat onze magen hunkerden naar een substantiëlere maaltijd reden we naar Ein Bokek. We aten er een ‘koosjes voor Pesach’ sandwich en een salade. Daar kikkert een mens van op!
Uitgeteld belandden we op Ein Gedi Beach om de nacht door te brengen. We keken naar ploeterende mensen, aten nog wat worstjes, dronken koffie en cola – bij gebrek aan bier in de Pesach-periode – in de snackbar, lazen een boekje en losten puzzels op. Wat is het fijn om gewoon buiten te zijn, sterren te kijken en gewoon te genieten!
Zondag bezochten we Qumran, de plaats waar de Dode Zee-rollen gevonden werden. De Dode Zee-rollen omvatten een collectie handschriften van meer dan 900 documenten, waaronder zich de oudste handschriften van het Oude Testament bevinden, maar ook afschriften van niet-Bijbelse religieuze boeken. In 1947 werden de eerste rollen ontdekt door een bedoeïenjongen die een schaap kwijt was. Hij gooide een steen in de grot om zijn schaap uit de grot te lokken, maar hoorde een anders-dan-normaal geluid – het breken van aardewerk-, waarop hij de grot ging verkennen. Hij vond er een kruik met daarin beschreven rollen in linnen gewikkeld. Tussen 1947 en 1956 werden er in 11 verschillende grotten soortgelijke ontdekkingen gedaan.
De handschriften zijn in het Hebreeuws, het Aramees en het Grieks. Ze dateren uit de periode ca. 250 v.Chr. tot 50 n.Chr. Waarschijnlijk zijn ze rond 68 n.Chr. verstopt in de grotten. In de wetenschappelijke wereld bestaat er consensus dat ergens tussen ongeveer 140 v.Chr. en 68 n.Chr. de nederzetting bewoond werd door de Essenen, een joodse sekte, die dan verantwoordelijk zouden zijn voor het schrijven van de documenten. De handschriften zijn erg belangrijk omdat ze een van de weinige geschreven bronnen zijn betreffende de joodse cultuur van ruim 2000 jaar geleden. De rollen staan momenteel tentoongesteld in een speciale constructie in het Israël Museum in Jeruzalem.
De volgende halte was Wadi Qelt, een vallei tussen Jeruzalem en Jericho. Hier volgden we eerst de horde auto’s naar het water. Een heleboel orthodoxe joden waren hier aan het baden. Pesach is immers een periode waarin het de orthodoxe joden wordt toegestaan om te reizen i.p.v. te bidden. Ook wij waren al snel overtuigd om in het verfrissende water wat afkoeling te zoeken. Het was immers meer dan 30 °C!
Maar we kwamen hier eigenlijk omdat we opzoeken waren naar het Grieks Orthodoxe klooster van St. George. Het is een klooster uit de 6e eeuw dat in een rots/klifwand gebouwd is. Het is een actief klooster, dat tot op heden bewoond wordt door Grieks-orthodoxe monniken. Het ligt echt in het midden van niks. We reden enkele kilometers door de woestijn, over een nieuw aangelegde weg. Onderweg zagen we een bedoeïen met een sapjeskraam. En waar een bedoeïen met een sapjeskraam staat, moet ook wel iets te zien zijn. Hier zagen we het klooster van bovenuit. Een tourbus die voorbij zoefde, deed ons vermoeden dat er verderop ook nog iets te zien moest zijn. Dus we zetten de achtervolging in. Weer enkele kilometers verder was er een parking. Van daaruit konden we te voet verder om dichter bij het klooster te komen.

















































