Woensdag werden we uitgenodigd door collega Zalmen om samen te gaan wandelen in Westelijk Galilea. Wandelen met een expert, daar konden we natuurlijk geen nee tegen zeggen!
Er is maar één goed ding aan deze plant: ruikt verschrikkelijk lekker maar heeft vervelend scherpe doornen
Rond 9u kwamen we aan in Harashim, een dorpje waar zo’n 60 gezinnen wonen.Zalmen was verbaasd te horen dat zijn dorpje op de kaart staat.
Harashim is gesticht in 1980 als onderdeel van een programma om joden aan te moedigen in Galilea te gaan wonen. Tot op vandaag is de regio grotendeels bevolkt met moslims en christenen, en zijn joden en christenen in de minderheid. Het dorpje is gelegen op zo’n 800 m boven zeeniveau en heeft een jaarlijkse neerslag van meer dan 1000 mm, een pak meer dan in België dus. Het was er ook behoorlijk fris – 12° C; daar stonden wij in onze korte broeken!
We dachten deze Paasperiode aan de matzes (ongerezen brood) te kunnen ontsnappen, maar dat was dus mis gedacht 🙂 Na het ontbijt bracht Michal, Zalmens vrouw, ons naar Hurfeish, een Druzendorp met zo’n 5000 inwoners.
We wandelden een stukje door het dorp. Op vele daken zagen we druivenranken.
Via een vuil stroompje trokken we de bergen in. We stopten bij enkele bronnen met drinkbaar water. Handig, zo’n privégids bij de hand!
Halverwege de berg rustten we even uit. We hadden er een goed uitzicht op de tombe van Salaban, een profeet van de druzen, op de Zvul-berg. Deze berg is genoemd naar Zebulun, de zesde zoon van Jacob en Leah volgens het boek Genesis.
Boven op de berg vonden we ruïnes. Enkele mannen uit Hurfeish waren aan het werk om oude waterputten terug open en schoon te maken. Eén van hen toonde ons een beetje verderop ook een verborgen put. Interessant!
Onderweg weken we even van het pad af, op zoek naar huta’s. Een huta is een groot gat in een gebergte, onstaan door uitspoeling of instorting. De huta die wij vonden was zo’n 10 m diep, 15 lang en 5 m breed. Alweer een interessant geologisch fenomeen ontdekt!
Het pad leidde ons verder naar Peki’in, een ander Druzendorp. Hier bezochten we het bezoekerscentrum van Gamila Secret zeep. De zeep wordt geproduceerd uit olijfolie, amandelen, avocado, lavendel en ‘geheime’ kruiden die rond het dorp gevonden worden, volgens een recept dat van generatie op generatie werd overgedragen.Net zoals goede wijn, moet ook de zeep ‘rusten’ na de productie. Het duurt zo’n 3 maanden tot de kruiden zich kunnen ‘zetten’ en de zeep hard is.
Gamila Hiar is de naam van de oma, een 70-jarig vrouwtje dat in de traditionele druzen klederdracht door het leven gaat.Ze was jaren geleden de eerste vrouw die uit ging werken.
Iedere maand worden zo’n 100 000 stukken zeep naar 23 landen verscheept. Voor dit succesverhaal werd de zeep echter vaak weggegeven. Eén van Gamila’s zoons deelde de zeep uit aan zijn legervrienden als testpersonen. Daarom wordt er vaak al lachend gezegd: Niet getest op dieren, maar op legermannen. De slogan is: ‘Try it and your skin will smile’. Machteld heeft een voorraadje ingeslagen en voelt zich wel geroepen om dit te testen 🙂
We wandelden verder door Peki’in en waren blij verrast met het gezellige centrum. We waren wel eens door Peki’in gereden, maar alleen op de hoofdstraat, die weinig speciaal is. Het oude centrum daarentegen was heel charmant. We troffen een bron aan in het midden van het dorp en een gezellig pleintje. Een druus benaderde ons – duidelijk toeristen – en nodigde ons uit op zijn terrasje waar we een granaatappelsapje dronken. Hij vertelde over de geschiedenis van Peki’in, over het briefje van 100 NIS waar Peki’in op staat afgebeeld en over de druzenprincipes.
In Israël wonen zo’n 130 000 druzen. De druzenreligie is in 1017 in Egypte afgesplitst van de islam.
De druzenvlag bestaat uit vijf kleuren, die de vijf profeten en principes vertegenwoordigen: Groen staat voor de natuur, rood voor de liefde, geel voor de zon en het zand, blauw voor lucht en water en wit staat voor de geest, het bewustzijn. Als iedereen zich deze vijf principes zou opleggen zou er vrede in de wereld zijn, aldus de man.
De Druzen wonen vaak samen met andere religies. In Peki’in is de meerderheid wel Druus, maar er wonen ook moslims, christenen en enkele joodse families. Je kan ook druzen vinden in Syrië, Libanon, Jordanië en zelfs in Australië, de VS, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Venezuela en Colombia.
In Peki’in vind je ook een oude synagoge, waarvan wordt gezegd dat stenen uit de Tempel van Jeruzalem in de muren verwerkt zijn.
Zalmen liet ons kiezen: opgehaald worden of wandelen. We wilden ons niet laten kennen en gingen voor de laatste optie. De berg naar Zalmens huis leek steiler te worden bij iedere stap. In de laatste kilometer overbrugden we 150 hoogtemeters! We waren maar wat blij dat er eten op tafel stond toen we bij Zalmens huis kwamen!
Een lamskoteletje, een quinoa-salade en een salade van kool, perziken en vijgen, aardappelen en bataat, … We konden ons buikje weer goed rond eten!











