Van verafschuwd tot verslaafd

Een ingewikkeld en controversieel onderwerp hier in het Midden-Oosten, maar hier onze ideeën over hummus.

Wat achtergrondinformatie:

Hummus is het Arabische woord voor kikkererwten. Kikkererwten worden in deze regio al millennia gegeten. Het eerste hummus-recept dateert echter uit de 13e eeuw in Caïro.
Hummus bestaat uit gekookte gepureerde kikkererwten, tehina (pasta van sesamzaadjes), look, olijfolie, citroensap en zout.
Hummus wordt gegeten in een broodje falafel – zoals wij mayonaise zouden eten bij een broodje gezond – of het wordt geserveerd in een soepbord. Het verbaast je misschien, maar je kan hier restaurants vinden die enkel hummus serveren! Die restaurants worden humusiots genoemd. Waar je de beste hummus kan vinden is dan ook een geliefkoosd onderwerp.
Hummus wordt vaak gezien als de Nationale Israëlische Snack. Waarschijnlijk werden de recepten geadopteerd door joden die vanuit de Arabische landen naar Israël verhuisden. In 2008 werd er een aanvraag gedaan door Libanon om hummus te erkennen als Libanees eten, maar die aanvraag werd afgewimpeld want hummus is eigen aan de regio, en valt, net als brood, niet te patenteren.
De populariteit van hummus is te wijten aan de ingrediënten, die volgens de Kashrut (joodse voedselvoorschriften) zowel met vlees als met zuivel gecombineerd kunnen worden.
Naast de talrijke hummusrestaurants kan je het ook voorverpakt in de supermarkt kopen.
Hummus is tegenwoordig ook populair in Europa als gezond voedsel. Hummus is dan ook rijk aan ijzer, vitamine C en vitamine B6 en bestaat uit veel eiwitten en vezels. In Europa wordt hummus wel eens geserveerd als dip bij groenten, maar ik zie nog niet direct gebeuren dat we met z’n allen de hummus als complete maaltijd adopteren.

Onze eerste keer ‘hummus eten’ herinneren we ons nog goed. We werden meegenomen naar een restaurant waar ons dan een bord met iets pureeachtigs werd voorgeschoteld. Met lange tanden aten we ervan. En de week erna opnieuw. Maar nee, we waren niet overtuigd. We aten wel regelmatig een klein schepje hummus bij barbecues of in onze falafelpita.
Totdat we een hummusiot ontdekten! Serieus, er gaat niets boven warme, verse, huisbereide hummus! De smaak en de textuur, niet te beschrijven, maar overheerlijk!
Wanneer we naar België gaan, staan we altijd te popelen om nog eens een frietje te steken. Maar hier staan we minstens wekelijks te popelen om hummus te gaan eten.
We hebben dan ook ons favoriete hummusrestaurant, en wel in ons eigen dorp!
Zoals zoveel restaurantjes hier moet je weten waar je moet zoeken om het te kunnen vinden. Een steile oprit naar beneden, achter een lelijke gevel en met opschriften in een taal die we niet de baas zijn, schuilt ‘ons’ hummusrestaurant.
We zoeken een tafeltje en worden direct voorzien van een bordje met tomaat en ajuin en een bordje met olijven en augurken. Bij het bestellen kunnen we kiezen uit enkel hummus, hummus met vlees, een eitje, shakshuka (soort tomatensaus met ei), champignons, tuinbonen, of nog meer kikkererwten. Met water in de mond wachten we dan tot onze bestelling klaar is, terwijl we intussen mensen kijken.
En daar is ie dan, een heerlijke, warme kom hummus recht uit de hemel! Met stukjes pita sop je dan de hummus op. Je krijgt er ook nog eens schaaltje ‘charif’ bij, wat wij vertalen als ‘heet spul’. Machteld is er dol op, Tom vindt er niets aan. Nog niet genoeg? Je krijgt ook gratis refills! Het huidige record staat op 13 bordjes hummus. Ons record is 2… Als we in tijdsnood zijn, maar toch een grote nood hebben aan hummus, kunnen we het ook afhalen. Dit gaat dan als volgt: ‘Chetzi kilo hummus im gargarim?’ ‘Ken’ ‘Gam charif?’ ‘Ken bevakasha’ ‘Od mashehu?’ ‘Arba pitot’ ‘Beseder, 30 skelim’ Tot zover ons Hebreeuws!
Voor het geval het niet duidelijk was, wij houden van hummus en gaan het missen als we in België zijn. Misschien is het geen slecht idee om eens een hummuskookles te volgen… 😀